Interview: afscheid van voorzitter Frank Klaassen na 25 jaar EMRIC
Na meer dan 25 jaar engagement neemt de aftredende voorzitter Frank Klaassen afscheid van EMRIC. In dit gesprek blikt hij uitgebreid terug op zijn voorzitterschap, de evolutie van EMRIC en wat volgens hem essentieel blijft voor de toekomst.
Terugblik op een voorzitterschap in verschillende fases
“Ik ben in verschillende fases voorzitter van EMRIC geweest,” vertelt hij. “Eigenlijk ben ik al meer dan 25 jaar bij EMRIC betrokken, waarvan een groot aantal periodes als voorzitter.”
Die lange betrokkenheid maakt dat hij het netwerk van binnenuit heeft zien groeien. Voor hem is de kern van EMRIC altijd dezelfde gebleven: hulpverleningsdiensten die elkaar ontmoeten en samenwerken over de grens heen. “De basisgedachte is dat een noodsituatie in de reguliere brandweerzorg of ambulancezorg nooit stopt bij de grens.”
Als hij zijn voorzitterschap moet samenvatten, komt hij telkens terug op diezelfde fundamenten. “Al die jaren was de basis een hechte en goede verbinding tussen hulpverleningsdiensten. Er zaten altijd betrokken collega’s aan tafel, in verschillende overlegmomenten, met begrip en respect voor elkaar, en met een duidelijke gerichtheid op samenwerking.”
Daarnaast zag hij EMRIC doorheen de jaren steeds professioneler worden. “Het netwerk heeft zich stap voor stap verder ontwikkeld. Maar die kern, elkaar ontmoeten en elkaar kennen, is altijd gebleven.”
Geen één memorabel incident, maar structurele samenwerking
Op de vraag of er specifieke momenten of incidenten zijn die hem altijd zullen bijblijven, nuanceert hij meteen. “De basis van EMRIC is eigenlijk reguliere hulpverlening.” zegt hij. Wat hem vooral bijblijft, zijn de vele jaarlijkse grensoverschrijdende inzetten. “Er zijn elk jaar heel wat inzetten over de grens heen, zowel voor ambulance- als brandweerzorg. Dat lijkt vandaag vanzelfsprekend, maar eigenlijk is dat redelijk uniek. We hebben heel wat problemen moeten oplossen rond landelijke regelgeving zoals sirenegebruik, het meenemen van opiaten over de grens. Dat zijn geen details, maar cruciale zaken voor de praktijk.”
Ook bij grotere crisistypes bewees het netwerk zijn waarde. Hij verwijst naar hoogwatersituaties waarbij er intensief contact was tussen de partners, maar ook naar concrete inzetten. “We hebben bijvoorbeeld Duitse collega’s ingezet die gespecialiseerd zijn in werken op hoogte. Ook tijdens corona hebben we enorm veel informatie met elkaar gedeeld. We wisten elkaar snel te vinden, en dat kon alleen omdat die basis van samenwerking er al was.”
De evolutie van EMRIC: van noodzaak naar structuur
Wanneer hij terugblikt op de ontwikkeling van EMRIC, schetst hij een duidelijke evolutie. “In het begin was er vooral de basishouding: we willen samenwerken en we weten dat het nodig is.”
Die houding werd vertaald naar concrete plannen, verdragen en overeenkomsten. “Denk aan Eumed-plannen voor ambulancezorg en acute zorg, maar ook aan plannen voor brandweerzorg. Dat waren echte grensoverschrijdende samenwerkings- en bijstandsplannen.” Ook de verschillende oefeningen en opleidingsmodules speelden door de jaren een grote rol. “Dat zijn tastbare opbrengsten van het netwerk”.
De laatste jaren werden opnieuw belangrijke stappen vooruit gezet. “We zijn gaan werken met een meerjarenbeleidsplan. Daardoor hadden we duidelijke afspraken en doelen voor vier jaar, met bijhorende financiering.”
“We zijn geëvolueerd van pionieren naar een stevig netwerk met duidelijke doelen en onderbouwde financiering.”
Trots op het netwerk en de mensen
Wanneer hem gevraagd wordt waar hij het meest trots op is, hoeft hij niet te twijfelen. “Dat zijn de collega’s en het netwerk zelf,” zegt hij. “Het zijn de mensen die het netwerk vormen. Hun betrokkenheid en hun bereidheid om samen te werken voor één en dezelfde zaak, dát is de kracht van EMRIC. Daar ben ik uiteindelijk het meest trots op.”
Uitdagingen en kwetsbaarheden
Naast de vele resultaten waren er ook uitdagingen. “We zijn afhankelijk van wet- en regelgeving,” legt hij uit. “Veel zaken worden nationaal geregeld en dat maakt ons kwetsbaar.”
Ook financiering blijft een aandachtspunt. “We moeten de meerwaarde van onze samenwerking blijven tonen aan regionale besturen en overheden, omdat we afhankelijk zijn van voldoende middelen. Zonder geld kan je dit niet blijven doen.”
Daarnaast ziet hij een voelbare afstand tot de Europese samenwerking op het niveau van de EU in Brussel. “Grensoverschrijdende samenwerking lijkt soms iets wat in Brussel gebeurt, binnen de Europese Unie. Terwijl wij ervan overtuigd zijn dat de echte Europese samenwerking hier gebeurt, in de grensregio.”
“Onze burgers wonen, werken en leven dwars door landsgrenzen heen. Dáár gebeurt de Europese samenwerking.”
Met vertrouwen naar de toekomst
Over de toekomst van EMRIC is hij uitgesproken positief. “Er zijn nieuwe collega’s die het stokje overnemen. Mensen van het eerste uur, zoals ik, gaan richting pensioen, maar er staat een nieuwe generatie klaar.” Hij spreekt ook zijn vertrouwen uit in de nieuwe voorzitter. “Ik ben blij dat Andreas deze rol opneemt en ik heb daar veel vertrouwen in. Het blijft een netwerk van mensen, en die menskant is cruciaal.” Gevraagd naar advies voor de nieuwe voorzitter, denkt hij even na. “Ik zou vooral willen meegeven dat hij doorgaat zoals hij nu bezig is,” zegt hij. “Met dezelfde betrokkenheid, energie en verantwoordelijkheidszin.”
“Eigenlijk is mijn advies heel simpel: doe zo verder.”
Zijn wens voor de toekomst is duidelijk: “Ik gun EMRIC vooral structurele en duurzame financiering. De noodzaak voor samenwerking blijft, altijd.”
Tot slot richt hij zich tot alle hulpverleners en partners binnen EMRIC. “Blijf gericht op en investeer in grensoverschrijdende samenwerking. Reguliere acute zorg, brandweerzorg en crisissen stoppen niet bij de grens.” Hij sluit af met een persoonlijk dankwoord. “Ik ben altijd heel blij geweest met de ondersteuning van het EMRIC-bureau, vroeger met Marian en vandaag met Giulia en vele anderen. Ik wil hen bedanken voor de samenwerking doorheen al die jaren en hen veel succes wensen.”